Lezing over Twentse textielindustrie

TWENTE – In museum TwentseWelle in Enschede wordt dinsdagmorgen 31 oktober een lezing gehouden over de opkomst en ondergang van de textielindustrie in Twente.

In de afgelopen 150 jaar is Twente enorm veranderd. Kleine dorpjes werden steden. Boeren werden fabrieksarbeiders. En er kwamen steeds meer mensen van buiten de regio hier hun heil zoeken. De ontwikkeling van de textielindustrie ligt hieraan ten grondslag. In een beeldverhaal belicht Erik van der Velde, medewerker van museum TwentseWelle, deze geschiedenis. De veranderingen in productiewijze van hand- naar machinaal weven, de architectuur van de fabrieken, de tuindorpen en afdakswoningen, de problemen na de sluiting van de fabrieken, zijn onderwerpen die aan bod komen.

Op de koffie
Iedere laatste dinsdag van de maand organiseert het museum een koffie-ochtend waarbij een van de medewerkers of vrijwilligers van het museum iets vertelt over de collectie, bijzondere objecten of het publiek wordt meegenomen voor een kijkje achter de schermen. De bijeenkomst begint telkens om 11.00 uur. De entree bedraagt 5 euro, inclusief koffie.

Dierenarts rijdt kanaal in

Help, de dokter verzuipt! is een boektitel van Toon Kortooms, maar het was ook een kop in weekblad Het Noord-Oosten van vrijdag 20 april 1979. Dat artikel ging over de Hardenberger dierenarts John Hoving, die nabij het Hoge Holt in Gramsbergen tijdens een sneeuwstorm met zijn auto in het Overijssels kanaal terecht was gekomen. Met hulp van een machinist van de trein Zwolle-Emmen, de conducteur en een laddertje kon de automobilist uiteindelijk uit het water worden geholpen.

Dit verhaal is te lezen in het septembernummer van het historisch tijdschrift Rondom den Herdenbergh, een uitgave van de Historische vereniging Hardenberg e.o. In dit nummer wordt verder het boerenleven van Mina Oldehinkel uit Collendoorn verteld, is dominee Henry Dorgelo in het leven van Luther en Albertus Risaeus gedoken en wordt uit de doeken gedaan waarom het keienmonument in Ane niet is vervangen door een groot, misschien wel grotesk bouwwerk. In het kwartaalblad is dankzij nieuwe documenten en hulp van een historicus uit Nordhorn te lezen, waarom voor een joodse jongen zowel een struikelsteen in Hardenberg als in Nordhorn is geplaatst door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig.

De leden van de vereniging ontvangen het tijdschrift een dezer dagen. Niet-abonnees kunnen tijdens de openingsuren een exemplaar aanschaffen in museum ’t Stadhuus aan de Voorstraat.

Oud-boerenleven in ’t Stadhuus

HARDENBERG – Tijdens de Open Monumentendag op zaterdag 9 september is in het museum ’t Stadhuus aan de Voorstraat in Hardenberg de nieuwe expositie Een stille revolutie te zien. De hele maand september kunnen begzoekers virtueel op bezoek bij boeren in de keuken, die verhalen vertellen over de dramatische veranderingen in het agrarisch leven na 1945.

Het agrarisch leven is na de Tweede Wereldoorlog ingrijpend en definitief veranderd. In de tentoonstelling Een stille revolutie, een project van Twentse Welle, IJsselacademie en Historisch Centrum Overijssel, is te zien hoe boeren hun leven razendsnel zagen veranderen. Alles moest sneller, groter en efficiënter. Het was een ware revolutie binnen de boerenstand, die stilzwijgend werd ondergaan tussen alle andere veranderingen in de Nederlandse samenleving.

In het museum is ook nog de tentoonstelling In je hemd te zien, over onderkleding van vroeger, en de expositie Grens en smokkelen. Het museum is tijdens de Open Monumentendag gratis toegankelijk. Op andere dagen, maandag t/m zaterdag van 13.30 tot 16.30 uur, bedraagt de entreeprijs € 2,50 euro, voor personen van 18 jaar en ouder.

Lezing door overlevende concentratiekampen

EMLICHHEIM – Hoe vaak krijg je de kans om een overlevende van Auschwitz en Ravensbrück ‘live’ te horen vertellen over het leven in een concentratiekamp? Begin mei konden 300 middelbare scholieren in Emlichheim een besloten lezing bijwonen van de bijna 94-jarige Erna de Vries uit Lathen, een kleine 20 kilometer over de grens bij Ter Apel. Woensdag 9 augustus krijgt iedereen die kans, vanaf 19.00 uur in de aula van de school aan de Lägen Diek 14 in Emlichheim.

De Joodse Erna De Vries is in 1923 geboren in Kaiserslautern. Nadat haar vader in 1930 was overleden, nog voor de machtsovername door de nazi’s, was de familie weerloos tegen de anti-Joodse maatregelen die de NSDAP’ers namen. Erna’s droom om arts te worden vervloog toen de nazi’s haar verboden examen te doen voor de middelbare school. Maar dat was nog maar het begin van de ellende, want in 1938 verwoestten Gestapo-medewerkers het huis van de familie De Vries. Vijf jaar later werden zij en haar moeder naar het concentratiekamp Auschwitz gedeporteerd en daarna kwam ze in Ravensbrück terecht, waar ze tegen het einde van de oorlog door de geallieerden werd bevrijd.

Jarenlang heeft Erna de Vries gezwegen over haar ervaringen, maar nu de gebeurtenissen in deze tijd weer wat beginnen te lijken op die in de jaren ’30 wil ze overal haar verhaal vertellen, om herhaling te voorkomen.
De lezing in Emlichheim is gratis toegankelijk, maar er wordt wel een vrijwillige bijdrage gevraagd voor de projecten die Erna de Vries steunt in Israël.

Geen festiviteiten tijdens kroonjaar Slag bij Ane

ANE – Een kroonjaar zou je 2017 kunnen noemen voor de vereniging Herdenking Slag bij Ane. Het is namelijk vijftig jaar geleden dat het keienmonument in Ane is onthuld.

Je zou toeters en bellen verwachten tijdens de herdenking op zaterdag 29 juli. Misschien net als bij de onthulling in 1967 een toespraak door de voorzitter, een halve (!) minuut stilte en een hoornblazer van de Johan Willen Frisokapel die de taptoe blaast, ter ere van de gevallenen in de Slag bij Ane. Dit alles gevolgd door het lezen van het gedicht ‘De slag bie Aone’ van de dichter Roel Reijntjes en het zingen van het Wilhelmus. Dat laatste om aan te tonen dat men niet tot de extreem-regionalisten behoort.

In plaats hiervan moest men voorafgaand aan de herdenking het afzeggen van twee sprekers melden (de een was ziek, de ander wilde niet voor een lezing van een half uur naar Gramsbergen komen), zodat secretaris Willem Visscher in Zaal Bolte in Gramsbergen zelf maar een verhaal vertelde over het ontstaan van de vereniging en over ‘zijn mysterie’. Visscher had namelijk ontdekt, zo geloofde hij, waar het klooster in Ane heeft gestaan dat als boetedoening na de slag was gebouwd. Maar even later begon hij te twijfelen aan zijn geloof omdat er geen beek in de buurt van die plek was te vinden en dat was een voorwaarde geweest voor de bouw. “Het mysterie onthuld, maar het raadsel blijft”, zo sloot hij zijn lezing af.

Zo’n 50 personen maakten vervolgens de tocht van Zaal Bolte naar Ane, maar ook daar werd niet gespeeld en niet gezongen. Thijs Knotters uit Dalfsen las een zelfgemaakt gedichtje voor en Harmen Paalman uit Den Ham legde bij het monument bloemen in de Saksische kleuren rood en wit.

Geen grote uiterlijke vertoningen bij de herdenking in dit kroonjaar, maar misschien komt dat nog in 2027, achthonderd jaar na de Slag bij Ane. Waarschijnlijk gebeurt dit dan niet onder de vlag van de vereniging, gezien de vergevorderde leeftijd van bestuursleden en ‘gewone’ leden.

Rogge maaien voor toeristen en Nicaragua

SALLAND – Zaaien rond Sint Pieter (22 februari) en oogsten met Sint Jacob (25 juli). Een week of drie moest er hard gewerkt worden door maaiers en bindsters om de rogge te oogsten. Nu vaak nostalgische evenementen voor de toeristen, maar een eeuw geleden ploeteren en zweten omdat alles met de hand moest gebeuren, vaak tijdens de warmste periode van het jaar.

Werkdagen van 8 uur, waarvoor sinds 1890 was gestreden door de Sociaal Democratische Bond van Domela Nieuwenhuis, waren tot 1919 utopie. Maar in dat jaar werd onder dreiging van de revolutionaire situatie in Europa en dus ook in Nederland net na de Eerste Wereldoorlog de Achturendag wettelijk geregeld.
Landbouwkundige Burgers vertelt in een exemplaar van De Telegraaf in 1919 dat de 8-urige werkdag ook in de landbouw toegepast kan worden, maar dat de natuur leidend is. “De roggeoogst eist bij goed weer ingespannen werk van wellicht 10 of 12 uur op één dag. En zo stelt de natuur eisen waaraan geen arbeidswet een beperking of wijziging kan aanbrengen.”

De natuur stelde eisen, maar dat deed de overheid ook. Burgemeester Weitkamp van Ambt-Hardenberg en burgemeester Bloem van Stad-Hardenberg maakten begin september 1915 bekend, dat de Hardenberger boeren 3/5 van hun roggeoogst te koop moesten aanbieden aan de regering in verband met de voedselschaarste vanwege de Eerste Wereldoorlog. Als een boer weigerde werd zijn oogt onteigend en hijzelf gestraft.
Een jaar later moest zelfs alles worden ingeleverd. In Gramsbergen liet burgemeester Van Riemsdijk op 8 augustus weten dat de boeren als de drommel moesten aangeven hoe groot hun roggeoogst was (‘ten spoedigste’, waren zijn woorden).
Dat was twee weken nadat met de oogst was begonnen, de overheid wilde er blijkbaar vroeg bij zijn om woekerprijzen te voorkomen.

Tik over de vingers
Het kan ook zijn dat de boeren vroeg waren begonnen met oogsten. Te vroeg, kregen ze met enige regelmaat te horen. In juli 1940 werd dringend geadviseerd niet te vroeg te maaien, men moest zijn ongeduld bewaren en op het juiste moment oogsten, omdat anders de kwaliteit van de korrel zou tegenvallen. Met de woorden “Het ware beter dat deze ongeduldigen hun haast demonstreerden bij het maaien van het grasland, want hiermee wachten ze vaak te lang”, kregen ze ook nog even een tik over de vingers van de redacteur van de lokale krant Salland’s Volksblad.

Dat rogge een belangrijke rol speelde in de voedselvoorziening in de regio komt onder meer naar voren in krantenartikelen. Zelfs jaren na de Tweede Wereldoorlog staan berichtjes op de voorpagina van bijvoorbeeld het Salland’s Volksblad over de opbrengst en kwaliteit van de roggeoogst. Of er werd als bijzonderheid vermeld (SV 1948) dat de bijna 87-jarige landbouwer M. Bouwhuis uit Lutten van de nieuwe roggeoogst nog 200 zware dakschoven bereidde.

In dit deel van Nederland werd rogge op grote schaal geteeld en dat had vooral te maken met de grond. Het uitgebreide wortelstelsel en het grote vermogen tot uitstoeling (het vormen van zijscheuten) maakten de plant tot een zeer geschikt gewas voor karige teeltomstandigheden. En die omstandigheden vond je bijvoorbeeld op de arme zandgronden in Overijssel.

Oogstfeest
In Nederland was rogge tot na de Tweede Wereldoorlog het graangewas met veruit het grootste areaal. Sindsdien is het gewas van haar plaats verdrongen door tarwe en maïs.
Toch zijn de gebruiken die bij de roggeoogst horen niet helemaal uit beeld verdwenen.
In het Sallandse Raalte wordt nog elke jaar Stöppelhaene gevierd, het oogstdankfeest aan het eind van de roggeoogst. Daaraan voorafgaand wordt de rogge gemaaid, rond Sint Jacob. Dit jaar gebeurde dat op zaterdag 22 juli, aan de Knapenveldsweg.

Onder goedkeurende blikken van de Oogstkoningin en haar twee hofdames werd daar ook de nieuwe Sallandse Boer gepresenteerd, een agrariër die eind augustus tijdens Stöppelhaene een ceremoniële functie bekleedt. Geertjan Kloosterboer (37), melkveehouder onder de rook van Deventer, is die nieuwe Sallandse Boer. Hij is tijdens het oogstfeest de ambassadeur voor de oogstgave, die dit jaar is bestemd voor een tuinenproject in Nicaragua. Vrouwen in dat land gaan groente en fruit telen, voor het eigen gezin en voor de verkoop. Gevarieerd voedsel in plaats van alleen maïs en bonen. In dit droge gebied moeten daarvoor irrigatiesysteempjes worden aangelegd en zaaigoed en gereedschap worden gekocht. Kloosterboer hoopt dat de oogstgave dit jaar minstens 30.000 euro zal opbrengen.

Archeologisch onderzoek in Hardenberg-centrum

HARDENBERG – De afgelopen week hebben medewerkers van het bureau Laagland Archeologie (vestigingen in o.m. Ommen en Ootmarsum) onderzoek uitgevoerd in Hardenberg-centrum.

De aanleiding hiervoor is de voorbereiding van het bestemmingsplan Slotgraven. Waar vroeger het politiebureau van Hardenberg stond worden op termijn woningen gebouwd.

Op oude kaarten is te zien dat hier in het verleden een watergang liep naar de Vecht. Volgens een woordvoerder van de gemeente Hardenberg is dit een plek waar iets historisch verwacht kan worden, vandaar dat een proefsleufonderzoek is gedaan. Daarbij is gekeken naar de opbouw van de bodem en de grondsoort, om beter inzichtelijk te krijgen hoe groot de kans is dat je daadwerkelijk iets aantreft. De resultaten van dit onderzoek zijn naar verwachting begin juli bekend.

Rondom den Herdenbergh belicht Kwartje van Bemboom

HARDENBERG – Het Attractiepark in Slagharen heeft dit jaar al 14 miljoen euro geïnvesteerd in een nieuwe achtbaan en tientallen nieuwe vakantiehuisjes. Maar zo’n veertig jaar geleden dreigde de toenmalige eigenaar Henk Bemboom het hele park te verhuizen naar Duitsland. De reden hiervoor was een ruzie met het gemeentebestuur van Hardenberg. In de nieuwste uitgave van het historische tijdschrift Rondom den Herdenbergh zijn de achtergronden te lezen.

In het juninummer wordt verder aandacht besteed aan de Kleppertoer 2017 en de twee nieuwe exposities in museum ’t Stadhuus. Uit Slagharen komt een bijdrage over pastoor Vergouw, de man die maar liefst 36 jaar leiding gaf aan de katholieke parochie. En uit Heemse het verhaal over de leden van de familie Vinke die hun heil zochten in Amsterdam. Een artikel over armenhuisjes en bedsteden, een foto van de geboorte van een lokale politieke partij, dierengezegdes in het dialect en een hulpvraag van de werkgroep fotoherkenning completeren dit tweede kwartaalnummer. De leden ontvangen het blad binnenkort thuis. Losse exemplaren zijn te koop in museum ’t Stadhuus aan de Voorstraat.