Provincie promoot streekproducten

RAALTE – Goed, er was een wedstrijd aan verbonden, namelijk wie maakt de lekkerste soep of salade van Overijssel, maar de deelnemers aan de workshop annex kookmiddag in Raalte deden vooral mee om de lol. Woensdag 23 augustus was de laatste van de zes voorrondes die de provincie had georganiseerd, met als doel meer bekendheid te geven aan de vele streekproducten die Overijssel kent.

Bij het ecologisch landbouwbedrijf Overesch lieten 14 kookliefhebbers zich eerst voorlichten over het belang van het gebruik van streekproducten, vervolgens mochten ze die producten ruiken, voelen en proeven waarna ze zelf aan de slag mochten in de boomgaard van het bedrijf van Jan Overesch. Stéfanie en Valérie Leunissen bijvoorbeeld stortten zich op de tafel met ingrediënten om ter plekke een soep te bedenken en te maken, burgemeester Aat de Jonge van Dronten had een recept gevonden van een witlofsalade terwijl zijn collega Martijn Dadema van de gemeente Raalte de voorkeur gaf aan een soep-van-de-dag.

De deelnemers van de workshop in Raalte – maar ook van die in onder meer De Krim, Lattrop en IJsselmuiden – hebben van hun creatie een foto gemaakt die terug te vinden is op de site Jij & Overijssel. In totaal gaan er 10 gerechten door naar de finale. De 5 soepen en 5 salades met de meeste likes strijden om de hoofdprijzen. De finalisten worden tijdens het Provincie Festival op zaterdag 9 september in het provinciehuis in Zwolle door een vakjury beoordeeld.

CBS toont cijfers over bijstandskinderen

Het percentage minderjarige kinderen in bijstandsgezinnen bedraagt in Hardenberg 3,5%. Dat is vergelijkbaar met omringende gemeenten in Overijssel. Net over de provinciegrens, in de gemeente Coevorden, is dat het dubbele aantal.
Dit blijkt uit cijfers over 2016 van het CBS

De gemeenten Rotterdam, Heerlen, Groningen en Amsterdam hadden eind 2016 de hoogste percentages kinderen in een bijstandsgezin. Zo woonde 17 procent van alle Rotterdamse kinderen in een gezin dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering.

Emlichheim hoopt op Nederlandse zorgverleners

HARDENBERG/EMLICHHEIM – “Het is hier groot, modern, licht.” De eerste indrukken van de Nederlanders tijdens een rondleiding in het verpleeg- en verzorgingstehuis in Emlichheim zijn positief. Acht landgenoten die op zoek zijn naar een baan of die van baan willen wisselen zijn woensdag 16 augustus met een Job-Bus in Hardenberg opgehaald en naar Emlichheim vervoerd om zich te laten informeren over de kansen op een baan vlak over de grens. In eerste instantie zouden er meer belangstellenden meegaan, maar sommigen hadden last van koudwatervrees en hadden zich toch maar teruggetrokken: bang dat hun Duits te slecht zou zijn, dat ze geen goeie diploma’s konden laten zien of dat ze te oud zouden zijn. Onterecht, al die angsten, zo bleek tijdens de bijeenkomst in de Festsaal van de Evangelischer Krankenverein.

De achtergrond van de acht baanzoekers is heel verschillend: de een heeft gewerkt in de thuiszorg, de ander op kantoor, sommigen zijn werkloos, anderen willen wisselen naar een zorgbaan, de een heeft een diploma of mbo-4 niveau, de ander geen diploma. Allemaal zijn ze 40+, maar dat is voor de zorginstellingen in Duitsland geen probleem. “We hebben een Nederlandse vrouw in de opleiding van 56, die nu het laatste jaar ingaat”, vertelt Birgit Sanders, schoolleidster van de Vakschool voor Ouderenzorg in Nordhorn.
Drie jaar duurt de opleiding, maar wie bijvoorbeeld een diploma op mbo-3 niveau heeft kan een korter traject volgen. De bijna 43-jarige Esther uit Hardenberg lijkt het een pittige studie, maar ze gaat uit van goede ondersteuning, vooral bij de taallessen. De meesten hebben een paar jaar Duits op de middelbare school gehad, maar dat is weggezakt en vakjargon kennen ze zeker niet.

Wat de Nederlanders ook aantrekt is de andere manier waarop in Duitsland met arbeidskrachten in de zorg wordt omgegaan. Er wordt meer gewerkt met vaste contracten, en dat de Nederlanders geen twintigers meer zijn wordt in Duitsland gewaardeerd. Esther: “Als je wat ouder bent heb je in Nederland niet zoveel mogelijkheden meer om een opleiding te volgen. En ook het vinden van een baan is dan moeilijk. Dat is hier anders, is mij vandaag duidelijk geworden.”
Arbeidsbemiddelaar Vincent ten Voorde van Eures, het bureau dat zich bezig houdt met grensoverschrijdend werken, vindt dat de blik van de Nederlanders moet veranderen. “Geen 180 graden, zodat je vanuit Hardenberg alleen naar Emmen, Zwolle en Twente kijkt, maar 360 graden, waardoor je ook Duitsland in zicht krijgt.”

Volgens Dirk Wortelen van de Krankenverein heeft het verzorgingstehuis in Emlichheim elk jaar ongeveer 10 nieuwelingen nodig, maar die zijn in Duitsland op dit moment niet te vinden, ook niet op het laagste niveau. De acht die woensdag in Emlichheim waren kunnen eerst als ouderenhelper aan de slag en daarna verder leren om vakkracht te worden. In Meppen is eerder een soortgelijk project gestart, met tien geïnteresseerden waarvan nu acht een baan in Duitsland hebben. Wat men daar heeft geleerd is dat het verstrekken van informatie het belangrijkste is, anders gaat het fout. Info over het werk, over de opleiding, over de taallessen maar ook over verzekeringen, pensioenopbouw en dergelijke. Komende week wordt daarom in Hardenberg met iedere deelnemer apart gesproken over de persoonlijke situatie, wensen en mogelijkheden.

Écht lokaal: kaasmakerij Boerendijk

BERGENTHEIM – Zelf kaasmaken zit in de lift. Ook in de gemeente Hardenberg groeit het aantal boerenbedrijven waar melk wordt verwerkt tot kaas. Of eigenlijk moet je zeggen dat ze hun melk laten verwerken, buiten de gemeente, omdat ze geen eigen kaasmakerij hebben. Maar het kan ook anders. Enkele weken geleden is tussen Bergentheim en Sibculo een kaasmakerij opgericht waar alles lokaal wordt verwerkt. Melk van koeien aan de Boerendijk wordt tot kaas verwerkt aan de Boerendijk en de kazen worden verkocht in een winkeltje aan de Boerendijk. De naam van de kazen ligt dan ook voor de hand: Boerendijk kaas.

Het was vorige week donderdag even een spannende dag voor Henriette van Veldhuisen, de eigenaresse van de kaasmakerij aan de Boerendijk 1. De inspecteur van het COKZ, het centraal orgaan dat kijkt of zuivelverwerkers wel kwaliteit leveren, zou op bezoek komen. En van tevoren was haar gezegd dat het een strenge was. “Maar hij had nog maar amper een stap binnen de deur van onze kaasmakerij gezet of hij trok verbaasd de wenkbrauwen op. Hij vertelde dat hij meestal bij hobbyisten komt waar de hygiëne niet helemaal in orde is, maar hier was alles dik voor mekaar”, vertelt Henriette. De 600 liter melk die ze wekelijks verwerkt in de gloednieuwe glimmende wrongelbak is afkomstig van de koeien van een buurman. Ze maakt er verschillende soorten kaas van, allemaal volgens het Goudse recept voor verse rauwe melk. Hoe dat moet heeft ze zichzelf aangeleerd. ‘Eerst googelen, filmpjes op YouTube bekijken, uitproberen en later een cursus Kaasbereiding volgen. Plus een hele dag meelopen bij Kaaslust, een ambachtelijke kaasmakerij in de oude zuivelfabriek van Veenhuizen.”

Kaasmaakdag
Donderdag is kaasmaakdag. De 600 liter melk wordt dan verkaasd, dat wil zeggen dat er zo’n 12 tot 14 kazen worden gemaakt van ongeveer 6 kilo per stuk. Naturelkaas uiteraard, en kaas met komijn, honingklaver, fenegriek, mosterd en piri-pirikruiden, maar ook speciale kazen op bestelling. “Er kwam laatst een vraag van een lokale brouwerij uit Den Ham, die graag bierkaas wilde hebben. Die kazen maken we dan ook.”
Als de kazen uit de vorm komen worden ze in een pekelbad gelegd om te conserveren, ze worden gelakt, er komt een merkje op van Zorgboerderij Schottinkslag waar de kaasmakerij onderdeel van is en tenslotte gaan ze naar de kaaskelder om minimaal zes weken te rijpen.

Winkeltje
De kazen worden geleverd aan kaaswinkeltjes en delicatessenzaken, maar ook verkocht in het winkeltje aan huis. “Hele kazen, maar die verkoop je niet zo snel aan particulieren, stukken kaas die vacuüm zijn geseald en babykaasjes van een pond. Daar maken we soms cadeaupakketjes van, samen met een kaasplankje, onze zelfgemaakte jam en worst die we laten maken.”
Het winkeltje is nu nog geopend op vrijdag van 13.00 tot 18.00 uur en op zaterdag van 9.00 tot 13.00 uur, maar het is de bedoeling dat dit op termijn wordt uitgebreid. Verder is het plan om aanwezig te zijn op markten voor streekproducten, bijvoorbeeld op 12 augustus tijdens de Boerenmarkt in Oud-Bergentheim. “Met misschien dan ook wel onze meest lokale kaas”, vertelt Henriette. “Het is de bedoeling zelf prei te telen en van een buurman een varken te slachten, zodat we kaas met prei en spekkies kunnen maken. Allemaal lokaal, allemaal van de Boerendijk. Met recht een streekproduct.”

CDA wil onderzoek naar basisinkomen

HARDENBERG – De CDA-fractie in de gemeenteraad van Hardenberg is dinsdag op haar wenken bediend met een vraag over het basisinkomen.

Fractievoorzitter Martijn Breukelman vroeg tijdens de algemene beschouwingen hiervoor aandacht. Hij wilde weten hoe het college van B&W aankijkt tegen het idee om een pilot te starten. Volgens Breukelman kunnen mensen in onder meer financiële nood gemakkelijker weer terugkeren naar betaald werk of naar een nuttige functie in de samenleving met een basisinkomen.

Raadslid Gitta Luiten (PvdA) toonde zich zeer verrast door “deze draai van het CDA met betrekking tot een experiment basisinkomen” maar daarvan was volgens Breukelman geen sprake. In november vorig jaar had zijn partij dit al aan de orde gesteld en ook tijdens de oriënterende raadsvergadering van twee weken geleden had hij hierover gesproken, dus een draai was dit zeker niet.

PvdA-wethouder René de Vent kon Breukelman op zijn wenken bedienen. Maandag 27 november wordt in Hardenberg een symposium gehouden over het basisinkomen en daarvoor is de geschiedkundige en opiniemaker Rutger Bregman uitgenodigd. Deze ‘goeroe van het basisinkomen’ is onderdeel van een programma waar alle ins en outs van het basisinkomen aan de orde komen.

Start aanpak N34 Witte Paal – Drentse grens

HARDENBERG – Bereikbaarheid, veiligheid, doorstroming. Het klonk bijna als een mantra de afgelopen tien jaren van voorbereiding en woensdag 14 juni, tijdens de officiële starthandeling van het werken aan de N34, werd de woordcombinatie nog eens weer herhaald.

De N34 van de Witte Paal naar de Drentse grens moet ervoor zorgen dat Noord-Nederland beter bereikbaar wordt voor met name Twente. Maar bij het geleiden van dat verkeer over een bredere, snellere weg moet de veiligheid voorop staan. Dus gevaarlijke oversteken eruit en vijf tunnels en twee viaducten ervoor in de plaats. Omdat tot 2030 een groei van het verkeer over de weg wordt verwacht van misschien wel 30% moet er een snelle doorstroming komen. Dat betekent een weg aanleggen waar 100 km/uur kan worden gereden in plaats van 80 zoals nu.

De officiële starthandeling bij restaurant De Ganzenhoeve op zo’n beetje de grens van Overijssel en Drenthe werd verricht door de Hardenberger wethouder Jannes Janssen en de Overijsselse gedeputeerde Bert Boerman. Zij onthulden het bouwbord langs de N34. Van juni 2017 tot maart 2019 zal dat bord daar blijven staan. Voorlopig worden er wat voorbereidende werkzaamheden verricht maar vanaf september gaat echt de schop in de grond. Dan zal het verkeer er ook wat van gaan merken omdat weggedeelten bij toerbeurt afgesloten zullen worden. “Maar bedrijven en aanwonenden blijven bereikbaar”, beloofde Jan Hendrik Fischer van de combinatie FLOOW, een samenwerkingsverband van de regionale infrabedrijven van Reef en Schagen en Salverda Bouw.

De wegenbouwers beginnen met het gedeelte Witte Paal- Kellerlaan. Over dat gedeelte is enkele weken geleden een tijdelijke fiets- en voetgangersbrug aangelegd, waardoor buurtbewoners en vooral recreanten veilig kunnen oversteken naar het staatsbos. De brug blijft staan tot 15 maart 2018. Daarna wordt het gedeelte van de Kellerlaan naar de Drentse grens onder handen genomen.
[klik hieronder op een afbeelding voor een groter exemplaar]

Jacobs in Balkbrug kan doorgaan met grindwassen

BALKBRUG – De Jacobs Groep aan De Pol in Balkbrug kan doorgaan met het wassen van dakgrind. B&W van de gemeente Hardenberg hebben besloten om niet tegen het bedrijf op te treden, ondanks dat de vergunningen nog niet op orde zijn. Volgens de gemeente voldoet het bedrijf wel aan de voorschriften en moet er alleen nog gewacht worden op de officiële toestemming.

Buurtbewoners hadden bezwaren ingediend tegen het bedrijf omdat ze denken dat er kankerverwekkend fijnstof vrijkomt bij de schoonmaak. Dat zou kunnen als er grind met teer verwerkt zou worden, maar dat mag Jacobs niet doen. De gemeente zag geen reden om op te treden, waarna de bewoners naar de rechter stapten. Die stelde ze in het gelijk omdat de gemeente geen duidelijk beeld zou hebben van de werkzaamheden van Jacobs.

Naar aanleiding van de uitspraak van de rechter heeft onderzoeksbureau Tauw in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan naar de milieugevolgen van het bedrijf. In het onderzoek is gekeken naar de bodem rondom het bedrijf, het afvalwater, het grind, het slib, geluid en stofvorming. Hiervoor zijn monsters genomen op en rond het bedrijf en deze zijn geanalyseerd. Uit het onderzoek blijkt dat er van vervuiling rondom het bedrijf nauwelijks sprake is. Er is geen sprake van gevaar voor mens of milieu. Ook wat geluid en stof betreft blijkt dat er geen belemmeringen zijn om het bedrijf hier te vestigen.

Hierna heeft de gemeente het bedrijf nogmaals volledig geïnventariseerd. Hieruit zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. Uit controles blijkt dat het bedrijf voldoet aan de voorschriften uit de omgevingsvergunning fase 1 (milieu).
B&W hebben dan ook besloten dat niet tegen het bedrijf wordt opgetreden en dat de vergunningen zo spoedig mogelijk in orde worden gemaakt.

Toeristische sector zoekt toekomst

HARDENBERG – Het afgelopen jaar kende Hardenberg 1,2 miljoen overnachtingen door toeristen, maar dat vinden gemeente en de toeristische sector nog niet genoeg. Want meer overnachtingen betekent meer inkomsten en meer werkgelegenheid. Om te beginnen zijn de websites die toekomstige gasten moeten ‘lokken’ en informeren bij elkaar geveegd en is er één nieuw startpunt: visithardenberg.nl. Daarnaast wordt maandag 19 juni een symposium gehouden over De vakantiegast van de toekomst.

Op de nieuwe site zie je meteen dat de regio maar liefst 7 Europese topcampings telt, alleen is dat een kwetsbare sector. Mensen gaan weer wat makkelijker naar het buitenland of zoeken het gemak van bungalows. Die laatste groep onderkomens is in de regio niet sterk vertegenwoordigd, zodat daar extra aandacht voor nodig is.
Daarnaast wordt verbreding van het seizoen gezocht, zodat er meer gasten komen wier bezoek over een langere periode worden uitgespreid. En men wil meer Duitse gasten ontvangen. Jaarlijks steken miljoenen Nederlanders de grens over naar Duitsland, maar de omgekeerde beweging mag wel wat toenemen, vinden de toeristische ondernemers in de regio. Ze gaan daarbij vernieuwingen niet uit de weg. Een bezoek aan de Warsteiner brouwerij als je vakantie viert in het Sauerland is heel gewoon en dergelijke crossovers zoekt men ook in het Vechtdal, bijvoorbeeld door een Wavintoer te organiseren.

Vooruitlopend op een groeiend bezoek van oosterburen denkt men alvast na over het eten: Duitsers willen een Duitse Bratwurst en geen Nederlandse namaak. Bij Attractiepark Slagharen heeft men dat begrepen, met ongeveer 30% Duitse gasten, want daar kan het origineel besteld worden.

Symposium
Het symposium op 19 juni is voor ondernemers die willen nadenken over vragen als: wie is de vakantiegast van de toekomst, wat heeft die gast nodig, wat moet op mijn bedrijf gebeuren om die toekomstige gast te kunnen ontvangen. Het Platvorm Gastvrij Hardenberg onder voorzitterschap van burgemeester Peter Snijders organiseert de bijeenkomst.